Begeleidleren.be
 
Wat kan ik doen?

Help wat kan ik doen?

Als ouder is uw belangrijkste taak uw kind te steunen als het het moeilijk heeft! U kan ook zelf uw kind proberen bij te werken. Toch zal u merken dat dit niet altijd eenvoudig is. Voor het kind bent u de ouder, niet de leraar. De (dwingende) ogen van een derde maken soms een wereld van verschil.

Probeer in de eerste plaats zo veel als mogelijk voor regelmaat en structuur te zorgen. Ook samen eten op vaste tijdstippen, afspraken in verband met tv-kijken zorgen voor een vaste structuur in het leven van uw kind. Zorg ervoor dat deze afspraken nageleefd worden, maak afspraken waar en wanneer uw kind met schoolwerk bezig moet zijn. Laat uw kinderen zoveel als mogelijk op het zelfde tijdstip gaan slapen, zorg voor een slaapritueel (dit kan zo eenvoudig zijn als eerst naar het toilet gaan, dan tanden poetsen, in bed kruipen en een knuffel krijgen). Plan activiteiten zo veel als mogelijk op voorhand.

"Ken je je lessen al?"

"Wat doe jij nog hier? Geen werk voor school? Ken je je lessen al?" Komen deze zinnen je bekend voor? Waarschijnlijk wil u uw kind te stimuleren om tot actie over te gaan. Probeer daarom om samen met uw kind bezig te zijn. Zeker in het lager onderwijs is het kind nog leergierig. Hoe verder in het middelbaar, hoe minder de leergierigheid is. Daarom is het belangrijk de leergierigheid van uw kind zo hoog mogelijk te houden. Een grote val is het opvragen van de lessen van uw kind. Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar de effecten zijn in vele gevallen averechts, zeker als het niet goed ging. Dit leidt algauw naar wederzijdse frustraties.

"Potjandorie hoe kom je nu weer aan die slechte punten? Waar moet ik me nu weer aan verwachten?"

Ook deze zinnetjes komen u en uw kind misschien bekend voor. Waarschijnlijk zijn de slechte punten en de bijhorende commentaar namijk al een tijdje aan de gang. Het is een normale reactie om frustraties te ventileren. Ten slotte wilt u natuurlijk het beste voor uw kind. Maar straffen en repressie in het algemeen hebben weinig goede effecten. Negatieve opmerkingen horen de kinderen al meer dan genoeg. Vergeet niet te kijken naar wat wel goed ging, al moet u daar soms hard en lang naar zoeken. De beste weg is de weg van de beloning. Denk nu niet dat al die beloningen van materiële aard zijn. Een goed woord, een complimentje, een schouderklopje,... zijn ook beloningen waar uw kind veel belang aan hecht.

Als u uw kind per sé wil straffen wil ik pleiten om als je kind een sport doet, dit vooral niet af te pakken. Sport is een gezonde ontspanning, het gaat veelal om motorische automatismen. Na sporten is de geest klaar om terug aan de slag te gaan na een tijdje met iets anders bezig geweest te zijn, in sommige gevallen niet bezig geweest te zijn. Lopen en zwemmen bijvoorbeeld zijn zodanige automatismen dat ze verkeerd lopen als je nadenkt. Als uw kind dus even gaat lopen of zwemmen, is zijn/haar geest 'leeg' en volledig klaar om met vernieuwde energie ertegenaan te gaan.

"Wat voor rapport is dit?"

Staan er rode cijfers in het rapport? Kan gebeuren, maar kijk eerst en vooral naar wat wel goed ging! Overloop altijd de positieve zaken eerst. Het zelfbeeld van uw kind kan er alleen maar wel bij varen. Niet vergeten dat je alleen uit fouten kan leren. Bekijk slechte punten dan ook als een stap in een leerproces, het is een aanleiding om harder en/of anders te werken.

Het jammere aan rapporten is dat ze wel punten geven, maar zelden oplossingen om deze punten te verbeteren. Ook uw kind staat niet te springen om met een slecht rapport naar huis te komen.

Ook voor huiswerk zijn er tips!

Zit je nog niet op je kamer?

De meeste kinderen maken huiswerk gemakkelijker in een rustige omgeving. Maar ze moeten ook het gevoel hebben dat ze er niet alleen voor staan. Tv en radio even uit, spelende broers en zussen uit de buurt houden en zelf in de buurt blijven of regelmatig even langslopen. Dat helpt.

Wanneer begin je er nu aan?

Bekijk even de agenda. Dan weet u wat uw kind te doen staat. Maak een planning. Als u samen de volgorde van de taken bepaalt en probeert om daar een realistische tijdsplanning op te kleven, krijgt het huiswerk structuur en een timing. Een berg huiswerk en lessen wordt dan een overzichtelijke klus. Uw kind leert zo ook zelf plannen. Gebruik de planning en timing niet als drukkingsmiddel (Binnen een half uur ben je klaar, hé.), wel als hulpmiddel. Geef uw kinderen de tijd. Ze moeten niet klaar zijn omdat wij boodschappen willen doen.

Onmiddellijk is met twee ellen.

Oplossingen voorzeggen gaat het snelst vooruit. Maar daar helpt u uw kind niet mee. Als uw kind gewend is dat anderen de oplossing voor hem zoeken, gaat het niet meer zelf op zoek. U leert uw kind hulpeloos te zijn. Dat zorgt later voor demotivatie. Doe alsof u het antwoord zelf ook niet weet en ga samen op zoek naar de oplossing. Doe dit voor één of twee oefeningen. De andere oefeningen van dezelfde soort moet uw kind dan maar zelf maken. Huiswerk dient om zelfstandig te leren.

De meester heeft dat slecht uitgelegd, je moet dat anders doen.

Als een kind een oefening niet kan, vraag dan hoe de meester of juf op school dat heeft uitgelegd. “wat weet je nog van in de klas? Wat moet je eerst doen? ” Zo kan u uw uitleg afstemmen op wat in de klas is gezegd. Iets op een andere manier uitleggen dan op school kan voor onnodige verwarring zorgen.

Begin maar opnieuw, dat staat vol fouten.

Mag u het huiswerk van uw kind verbeteren? In principe mag dat natuurlijk, maar zorg er wel voor dat de leerkracht een juist beeld behoudt van uw kind. Doe dat in twee stappen. Stap 1: Zeg hoeveel fouten er in het huiswerk zitten maar niet waar. Uw kind kan zelfde de fout en de oplossing zoeken. Stap 2: Zeg waar de fout zit en leg eventueel opnieuw uit. Duid aan waar u geholpen hebt. De leerkracht kan dan nakijken wat precies fout loopt. Kinderen weten graag hoever ze staan. Of ze iets goed of slecht kunnen. Huiswerk mag geen test zijn, maar veeleer een onderzoek. Beter acht op tien voor Jonas, dan tien op tien voor mama.

Ben je nu nog bezig?

Uw kind zit lang aan zijn huiswerk, of integendeel, veel te kort. Overleg even met de leerkracht. Hij kan vertellen hoe lang de kinderen van de klas er gemiddeld over doen. Soms kan u in overleg met de leerkracht een maximum bepalen. Alles wat daarna niet klaar is, maakt uw kind niet meer. De voorwaarde is wel dat uw kind op de beschikbare tijd geconcentreerd doorwerkt.

Vanaf nu help ik niet meer.

Een zesdeklasser hoeft natuurlijk niet dezelfde hulp te krijgen als een eersteklasser. Huiswerk maken is groeien naar zelfstandigheid. Het ene kind is al vlugger zelfstandig dan het andere. Het hangt ook een beetje af van vak tot vak. Verleg telkens de uitdaging voor uw kind. Het is voor een kind van het eerste secundair toch wel even schrikken als u zegt: “Nu help ik niet meer”. Tenzij dat moment voorbereid is.

Ik vraag steeds je les op, hè.

Lessen leren is heel anders dan huiswerk maken. Uw kind moet dan geen taak maken, maar leerstof verwerken (en onthouden). Belangrijk is dat uw kind weet wat de leerkracht verwacht: iets uit het hoofd leren, iets toepassen, voorbeelden zoeken… Wat moet het kennen en kunnen? Hierbij kan u uw kind helpen. Als het dat weet, kan het zijn les leren en zélf vragen verzinnen. Uw kind houdt zijn leerproces zo zelf in de hand. Nadien kan u de les wel opvragen, maar maak uw kind niet van u afhankelijk. Leer het zelfstandig leren.
Als u een les opvraagt, stel de vragen bv. In een andere volgorde of op een onverwachte manier. Zoek zelf naar nieuwe toepassingen…

Ik merk het wel op je rapport.

Huiswerk maken is communiceren met de school. Vraag aan de leerkracht of u bemerkingen in de agenda mag schrijven. Stimuleer uw kind ook zelf om uitleg te vragen. Met de leerkracht over huiswerk en lessen praten zorgt ervoor dat hij uw kind beter volgt.

De huiswerktips hierboven komen van Karel Moons, kinderpsycholoog die kinderen met hun huiswerk begeleidt