Begeleidleren.be
 
Soorten

Soorten dyscalculie.

●         Dyscalculie met procedurele problemen.

In een vroeg stadium uiten procedurele problemen zich al bij het tellen: kinderen ‘vertellen’ zich vaker en zijn sneller de tel kwijt. Vermoedelijk gebruiken ze daarom vaak langer hun vingers als geheugensteuntje bij het tellen en duurt het langer voordat ze gaan doortellen. In een later stadium hebben deze kinderen moeite met de toepassing van  rekenalgoritmes: het volgens vaste algemeen geldende stappen toewerken naar een uitkomst. Tijdens meer complexe berekeningen wordt het korte termijngeheugen overbelast, waardoor bijvoorbeeld de stapjes bij deelsommen niet goed worden onthouden en eigenlijk foute rekenalgoritmes toegepast worden. Leerlingen met procedurele dyscalculie blijven vaak een rekenprocedure gebruiken die meer geschikt is voor jongere leerlingen.

Deze ‘aanpakproblemen’ kunnen te maken hebben met een stoornis van het frontale deel (het voorste gedeelte) van de linker hersenhelft.

Veel kinderen die met de bovenvermelde problemen kampen, lopen in de loop van de basisschool toch een stuk van hun achterstand in bij een goede begeleiding.

●        Semantische geheugendyscalculie

Semantische geheugendyscalculie is feitelijk een onvermogen om eerder aangeleerde rekenkennis uit het langetermijngeheugen op te roepen. Mensen zonder deze variant van dyscalculie weten bijvoorbeeld op een gegeven moment uit hun hoofd dat 6 x 7 = 42. Een kind met semantische geheugendyscalculie zal hier wellicht langer over na moeten denken of een verkeerde link leggen (bijvoorbeeld: 6 x 7 = 63, want het getal 63 komt ook voor in de tafel van 7). Uit onderzoek blijkt dat het terugvinden van rekenfeiten uit het lange termijngeheugen, zoals de uitkomst van een bepaalde optelling of vermenigvuldiging, een beroep doet op dezelfde geheugensystemen als het decoderen van woorden en het leesbegrip. Het is dus niet verwonderlijk dat dyscalculie van het verbaalgeheugen type veel voorkomt bij kinderen met dyslexie.

●         Dyscalculie met visueel-ruimtelijke problemen.

Problemen met visueel-ruimtelijke verwerking worden doorgaans gekoppeld aan een disfunctie van de rechter hersenhelft (met name de visuele cortex). Met name in de beginfase van het tellen, waar het tellen nog erg leunt op de concrete voorwerpen die geteld worden, lijken de visueel-ruimtelijke vaardigheden van belang te zijn. Ze geven houvast bij het ‘op een rijtje houden’ van wat je al hebt geteld en wat je nog moet tellen.

Eens het getalinzicht goed is, is er minder ‘houvast’ nodig van de getallenlijn. Het nauwkeurig uitrekenen lijkt dan in hoge mate ‘talig’ te worden: meer beroep te doen op de talige linker hersenhelft dan op de rechter hersenhelft. Wel blijkt de rechter hersenhelft erg belangrijk te zijn als uitkomsten geschat moeten worden.

Kinderen met visueel-ruimtelijke problemen zullen moeite hebben met interpreteren van de betekenis van cijferrepresentaties en met het plaatsen van cijfers in de getallenrij . Evenzeer met het opschrijven van grote getallen, ervoor zorgen dat dezelfde eenheden onder mekaar staan,... Voor hen is het bijvoorbeeld moeilijk te begrijpen dat bij 54 de 5 voor tientallen staat en de 4 voor eenheden, terwijl dit bij 45 precies andersom is. Daarom is het ook moeilijk om getallen en hoeveelheden juist te interpreteren. Een kenmerk is ook dat kinderen vaak moeilijkheden hebben als ze getallen in een kolom moeten zetten, waarbij de eenheden, tientallen en honderdtallen onder elkaar geschreven dienen te worden. Op latere leeftijd kan een kind dat visueel-ruimtelijke problemen heeft moeite krijgen met onderdelen waarbij vaardigheden van ruimtelijk inzicht en kennis nodig zijn, zoals bijvoorbeeld bij het onderdeel ruimtemeetkunde.

●         Dyscalculie door problemen met het verbaal geheugen.

Het gaat dus om een rekenstoornis die niet zozeer met het rekenbegrip te maken heeft, als wel met het vlot cijfermatig toepassen van eenvoudige bewerkingen. Uit onderzoek blijkt dat dit geheugenprobleem zowel met het werkgeheugen als met het lange termijngeheugen te maken heeft.

Het blijkt dat het terugvinden van rekenfeitjes uit het lange termijngeheugen, zoals de uitkomst van een bepaalde optelling of vermenigvuldiging, een beroep doet op dezelfde geheugensystemen als het decoderen (lezen) van woorden en het leesbegrip. Het is dus niet verwonderlijk dat rekenstoornissen van het verbaalgeheugen type veel voorkomen bij kinderen met dyslexie. Er is een grote hoeveelheid wetenschappelijke literatuur waarin wordt gemeld dat dyslectische kinderen problemen hebben met verbale geheugentaken . Niet alleen hebben dyslectische kinderen vaak een werkgeheugen van een beperktere capaciteit, ook het beschikbaar krijgen van lexicale informatie uit het langetermijngeheugen lijkt meer moeite te kosten. Dit laatste blijkt ook bij kinderen met rekenproblemen van het verbaalgeheugen type het geval te zijn

Er zijn grote verschillen in de mate waarin dyslectische kinderen verbale geheugenproblemen hebben. Ervaring toont aan dat kinderen met een lichte dyslexie pas bij het leren van grote hoeveelheden feitjes (woordjes leren) echt problemen krijgen. Als kinderen naast fonologische problemen ook een geringe verbale  geheugenspan hebben (een korte termijngeheugen met een beperkte capaciteit voor het onthouden van verbale informatie), hebben ze vaak meer moeite met het begrijpen en onthouden van instructies, met het leesbegrip en met het onthouden van tussenuitkomsten en tussenstappen bij het (hoofd)rekenen. Als kinderen een nog ernstiger verbale geheugenproblematiek hebben (wij spreken dan van dyslexie-plus: dyslexie met een bijkomend probleem) die niet alleen tot uitdrukking komt bij het geheugen op korte  termijn maar ook op de lange termijn, zien wij vaak een beperkte leerbaarheid. Dit heeft niet alleen voor het lezen en spellen, maar ook voor het leren van andere schoolvakken gevolgen.

De oorzaak van de dyscalculie van het type ‘verbaalgeheugen’ lijkt te liggen in de linker hersenhelft (net als dyslexie). Het is waarschijnlijk het meest voorkomende van de hier beschreven subtypen. De stoornis is mogelijk erfelijk.

Rekenstoornissen kunnen heel divers zijn, in tegenstestelling tot dyslexie, waar alleen de fonologische taalverwerking in de hersenen verkeerd loopt. Naargelang het onderzoek komt men tot verschillende onderverdelingen. Onderstaande typeringen worden veel gebruikt.

Terug naar dyscalculie - algemeen

Naar dyscaclulie - begeleiding

Naar dyscalculie - tips

Voor meer specifieke vragen in verband met deze problematiek kan u steeds terecht op dit mailadres

U kan ook bellen naar 0473/30 50 57 na de schooluren.