Begeleidleren.be
 
Intelligentie

Leest u tekst liever in pdf? Wil u hem makkelijk downloaden? Klik hier!

Wat is intelligentie? Volgens Van Daele is intelligentie ‘verstandelijk vermogen.’ Volgens David Wechsler (ontwerper van enkele bekende intelligentietests) is intelligentie ‘het vermogen doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te gaan.’

Het begrip intelligentie kunnen we dus op verschillende manieren bekijken. Traditioneel deelt men intelligentie op in twee grote delen: de verbale intelligentie en de performale intelligentie vormen samen de totale intelligentie. De verbale intelligentie zegt iets over de taligheid van de persoon, de performale intelligentie zegt wat over het meer abstracte redeneervermogen.  Samen bepalen ze dan de totale intelligentie. 
Deze indeling van intelligentie heeft al jarenlang zijn nut bewezen. Het geeft een goed algemeen beeld weer van mensen en stelt ons min of meer in staat aan te geven wat we kunnen verwachten. Het blijkt tot nu toe nog steeds de beste voorspeller voor de schoolse carrière

Toch zijn er veel bijkomende factoren die de uiteindelijke (leer)prestaties van mensen zullen beïnvloeden.  Motivatie is daar waarschijnlijk de belangrijkste van, maar er zijn ook invloeden uit het milieu en de omgeving die een grote rol kunnen spelen.

Daarom is het belangrijk dat we verder proberen kijken dan de twee intelligenties die we tot nu toe gebruiken. Zo komen we terecht bij Howard Gardner, de bedenker van het concept ‘meervoudige intelligentie’

Howard Gardner onderscheidt zo acht manieren van leren.   In het huidige basisonderwijs worden (te) veel activiteiten talig aangeboden. Een mondelinge instructie, een tekst met vragen, een rekensom verstopt in een verhaaltje, wereldoriëntatie uit het boek, werkboekjes, die uitsluitend schriftelijke reacties vragen.

Door deze aanpak missen wij veel kinderen, we “praten over hun hoofden heen”, we sluiten te weinig aan bij hun manier van leren. Ieder mens heeft alle acht de intelligenties. Door erfelijkheid en door omgevingsfactoren wordt bepaald welke intelligenties sterk of juist minder sterk zijn ontwikkeld. Het profiel van sterk ontwikkelde en achtergebleven intelligenties bepaalt ieders manier van informatie verwerken.

Hieronder een overzicht van kenmerken passend bij de intelligenties.

Verbaal-linguïstisch: Het kind is “talig”, kan al vroeg praten, houdt van spreekbeurten en boekbesprekingen, vindt lezen leuk, kan uren verhalen vertellen, heeft een grote woordenschat, begrijpt een mondelinge uitleg, leert door taal.

Muzikaal-ritmisch: Het kind houdt van muziek, hoort in zinnen en woorden ritmes, is gevoelig voor geluiden om hem heen, kan rijmpjes goed onthouden, onthoudt de tafels als het op een melodietje wordt aangeleerd, leert met behulp van muziek en ritmes.

Interpersoonlijk: Het kind wil bij de groep horen, wil altijd alles samen doen, wil de kleren die “iedereen” heeft, is gevoelig voor stemmingen en sfeer, wil samen met anderen huiswerk leren, vindt het belangrijk te horen wat een ander van hem of haar vindt, leert door feedback.

Visueel-ruimtelijk: Het kind ziet alles voor zich, heeft een rijke fantasie, wil plaatjes zien, krijgt het steeds beter in onze maatschappij; computer, video, beeldmateriaal. Leert door zien, leert doordat een ander het voordoet.

Lichamelijk-kinesthetisch: Het kind kan niet stil zitten, moet altijd even iets of iemand aanraken, houdt van bewegen, wil voelen hoe iets werkt, leert de S door hem eerst te “lopen”, leert door doen en experimenteren.

Naturalistisch: Het kind houdt van de natuur, houdt van dieren, is gevoelig voor het klimaat, voor weersveranderingen, heeft oog voor details, kan goed rubriceren. Wat hoort bij welke soort? Leert door en met de natuur.

Logisch-mathematisch: Het kind “goochelt” met getallen, hij telt alles wat hij ziet of doet, hij ordent de wereld op zijn manier, hij leert door ordenen en is een vaak een goede rekenaar, werkend volgens een eigen systeem.

Intrapersoonlijk: Het kind is de denker, de filosoof, kan “uren” doorvragen. Maar als …. En wat als er dan …. Betrekt alles op zichzelf, wordt soms als te serieus gezien, leert door kritisch bevragen en overwegen.