Begeleidleren.be
 
Faalangst - begeleiding

Begeleiding

Het uitgangspunt van faalangstbegeleiding is dat je de faalangstige kinderen in feite een stukje invloed gaat teruggeven. Faalangstigen hebben vaak de indruk dat alles zomaar gebeurt, zonder dat zij daar vat op hebben.
Aanpakken van faalangst gaat er dan ook van uit dat kinderen leren inzien dat zij juist wel invloed kunnen uitoefenen op alles wat er rondom hen gebeurt.
De volgende stap is dat je hen leert dat ze gerust die invloed kunnen aanwenden om zich in bepaalde situaties beter te voelen. Het terugnemen van de invloed door het kind zelf vindt op het gebied van denken én voelen plaats.

Dit gebeurt op verschillende vlakken:

1. Relationeel communiceren

Om te communiceren ben je altijd minstens met twee. Je kan ook niet nietcommuniceren.

Zelfs als je zwijgt, breng je iets over van communicatie, soms zelfs meer dan als je iets zou zeggen. Je kan communiceren met taal (verbaal) en alles wat niet met taal te maken heeft (non-verbaal). Met relationele communicatie bedoelt men dat je aan elkaar de bedoeling en het effect achter een boodschap gaat uitwisselen, om zo elkaars invloed zichtbaar te maken en de onderlinge relatie te versterken. Een persoon die relationeel communiceert, maakt bijgevolg duidelijk dat er een onderlinge relatie is tussen de persoon en het kind. Faalangstige kinderen gaan heel vaak onbewust signalen doorgeven. Door op een relationele manier hierop in te spelen gaat de faalangstige een positievere kijk krijgen op zichzelf en minder snel geneigd zijn alles negatief in te zien.

2. G-denken

Faalangst kan je merken aan allerlei dingen. Het is de spanning in je lichaam of de gedachten die altijd maar weer door je hoofd spoken. Zoals bijna alle dingen, heeft faalangst zowel een lichamelijke als een geestelijke kant. Via deze beide kanten moet je faalangst dan ook aanpakken. Als je lichamelijke spanning vermindert, ga je je automatisch prettiger voelen en als er minder onaangename gedachten door je hoofd spoken, ga je vrolijker door het leven.

Dit puntje behandelt de geestelijke kant.

Het G-denken kijkt naar de rationele kant, en gaat het denken analyseren. Door invloed uit te oefenen op het denken, ga je ook de edragskenmerken van de persoon in kwestie veranderen. Het G-denken zit als volgt in elkaar:Gebeurtenissen leiden tot bepaalde gedachten en die gedachten gaan bepalen wat de gevoelens gaan zijn.

De gebeurtenis en het gevolg ervan

In de eerste stap ga je zoeken naar de gebeurtenis die ervoor zorgt dat er een verandering van het gedrag volgt. De gedragsverandering is dus een gevolg van de gebeurtenis. In eerste instantie denkt men altijd dat een gebeurtenis een gedragsverandering veroorzaakt, maar in feite is dit niet zo. Als een en dezelfde gebeurtenis werkelijk de gevoelens zouden bepalen, dan zou iedereen dat gedrag gaan vertonen en dat is niet het geval. Tussen gebeurtenis en gevolg zit er een belangrijke tussenfase: de leerling formuleert zich gedachten en die bepalen dan weer zijn gedrag.

De GEBEURTENIS leidt tot GEDACHTEN en die bepalen het GEVOLG.

Het kinds is maw niet bang om deel te nemen aan een wedstrijd, maar de gedachte aan de wedstrijd maakt het kind zenuwachtig

Formuleer de gedachten die leiden tot het gevolg

Wanneer je je een voorstelling maakt van je gedachten, dan kan je de gevolgen voor een stukje bepalen. Vergeet niet: een faalangstig kind gaat ook meteen negatieve gedachten hebben als hij iets moet presteren en daardoor zal de opdracht ook mislukken…

Ga na of de gedachten waar zijn (of ze je helpen)

Er is een groot verschil tussen gedachten en werkelijkheid. Faalangstige kinderen geven zichzelf zo vaak negatieve gedachten, dat ze er na een tijdje zelf in gaan geloven. Ze gaan absoluut geen verschil meer zien tussen gedachten en werkelijkheid. Ze denken dat ze geen invloed meer hebben op hun denken. Bij deze stap is het dus belangrijk bij iedere gedachte twee vragen te stellen:

- is deze gedachte echt, ontegensprekelijk waar?

- helpt mij die gedachte vooruit of net achteruit?

Bij intensieve begeleiding gaan faalangstige kinderen vaak inzien dat hun gedachten veel te objectief zijn en eigenlijk je maar een rad voor de ogen draaien.

Vervang de niet-helpende gedachten door de helpende gedachten

Dit is natuurlijk niet zo eenvoudig. Zomaar plots omschakelen lukt nu eenmaal niet. Met de nodige hulp en begeleiding moet dit wél lukken. De niet-helpende gedachte “Het zal wel weer een onvoldoende worden.” luidt dan: “Ik heb goed gestudeerd en dus heb ik een goede kans op een voldoende.” Of: “Een onvoldoende is een ramp!” wordt dan: “Een onvoldoende kan ik ophalen met een goede toets.” Om maar een schoolvoorbeeld (sic) te geven

Het vastzetten van de beleving bij helpende gedachten

Plots van denkpatroon veranderen is geen eenvoudige zaak. Maar als faalangstigen merken dat dit nieuwe denkpatroon ‘winst’ oplevert (begrip van ouders en leraren, trainers, en natuurlijk ook goede resultaten), zullen ze ook vlugger geneigd zijn om dit patroon vol te houden en vast te zetten. Dit ankeren van een bepaald denkpatroon is doenbaar, eens je er met de volle 100% achter staat.

Een begeleider kan ook helpen ankeren. Hij/zij moet eerst de juiste stemming zoeken om iets in te ankeren. Dit kan het best op een moment dat de leerling zich goed in zijn vel voelt en zelfvertrouwen heeft. Dit geeft weer hoe belangrijk sfeer en interpersoonlijke relaties zijn.

Iemand die faalangstig is, gaat vaak extreem lage of net heel hoge doelen stellen. Lage doelen kunnen gemakkelijk bereikt worden, maar bij hoge  doelen is dit anders. Een faalangstige gaat zulke hoge doelen stellen om nadien zijn mislukken vrij eenvoudig te kunnen verklaren. Zo kunnen zij zich (of betergezegd hun gedrag) makkelijk goedpraten. De kunst in de faalangstbegeleiding is faalangstigen leren haalbare doelen te stellen, doelen die niet te eenvoudig zijn maar zeker ook niet te complex. Hierbij moet natuurlijk rekening gehouden worden met de eigen capaciteiten. Het heeft hoegenaamd geen zin doelen te stellen waar de persoon in kwestie niets aan heeft. Dit bereikt alleen het tegenovergestelde resultaat.

3. Lichamelijke begeleiding.

Veelal zijn de symptomen van faalangst lichamelijk. Zenuwachtig heen en weer wippen, ijsberen,… in combinatie met vaak naar het toilet moeten en een slecht algemeen gevoel. Lichaam en geest zijn samen met mekaarverweven, als je geest rustig is, zal je lichaam ontspannen en omgekeerd.

Terug naar Faalangst - algemeen

Faalangst - soorten

Faalangst - (h)erkenning

Voor meer specifieke vragen in verband met deze problematiek kan u steeds terecht op dit mailadres

U kan ook bellen naar 0473/30 50 57 na de schooluren.